2016_05_vincent_kompany_facebookpostGeblesseerd zijn en daardoor het komende EK Voetbal moeten missen. Veel voetballers zouden helemaal ontredderd zijn, niet in staat tot enige reactie. Maar niet zo met Björn Engels en Vincent Kompany. Zeker die laatste maakte veel indruk met een post die hij op facebook schreef. De berusting, maar vooral ook de expliciet uitgesproken ambitie om sterker terug te keren na de vele blessures oogstte heel veel bewonderende reacties.

Zou het toevallig zijn dat Kompany met zijn reactie de resultaten uit een recent onderzoek over leiderschap bevestigde? Het onderzoek ging op zoek naar de elementen die bepalen of een sporter – al dan niet – een superkampioen kan worden. Uit de resultaten bleek dat de ‘superkampioenen’ over twee duidelijke eigenschappen beschikken. Naast een continue drang om zichzelf te verbeteren, onderscheiden ze zich ook een positieve manier door de manier waarop ze hun tegenslagen verwerken.

Tegenslag als motivatie
Hiervoor werden verschillende atleten uit een aantal verschillende sporttakken geïnterviewd. Vervolgens vergeleken de onderzoekers hoe succesvol de verschillende atleten waren en zochten ze naar overkoepelende karaktereigenschappen. Echte superkampioenen zeiden nooit tevreden te zijn over hun prestaties en waren voortdurend op zoek naar manieren om zich te verbeteren. Maar het plaatsen van verlies bleek een nog belangrijkere parameter te zijn. Waar sommige sporters getuigden dat ze hun enthousiasme verloren na een blessure of het verlies van een belangrijke wedstrijd. De superkampioenen daarentegen interpreteerden tegenslagen als een motivatie om nog sterker terug te slaan. De topatleten werden volgens de onderzoekers ongeveer even vaak met tegenslagen geconfronteerd als hun collega-atleten. Het enige verschil volgens de studie was hun bijzondere attitude.

Do not judge me by my successes, judge me by how many times I fell down and got back up again. – Nelson Mandela

Ook andere leiders wisten dat succes sterk afhankelijk was van de manier waarop je met tegenslagen omgaat. De bovenstaande quote van Mandela is hier een mooi voorbeeld van. Maar ook hedendaagse leiders slaagden erin om energie uit tegenslagen te halen. Een filmpje met een overzicht van bekende leiders en hun eerste tegenslagen werd onlangs uitgebreid gedeeld.

Conclusie? Een tegenslag is in de eerste plaats een tegenvaller, maar vooral een opportuniteit om je te onderscheiden als een sterke leider.

Wil je nog meer lezen over hoe je met tegenslagen kunt omgaan? Deze pagina geeft ook nog een mooi overzicht van ‘bekende tegenslagen’.

Het slimme lichaam

Een warme tas thee vasthouden maakt ons vriendelijker. Kandidaten waarvan cover van 'het slimme lichaam' door Thalma Lobelde CV op zwaarder papier afgedrukt is, worden als een ‘zwaarder’ profiel beoordeeld. Vrouwen in het rood zijn aantrekkelijker dan diezelfde vrouwen gekleed in een andere kleur.

Het zijn slechts enkele intrigerende voorbeelden van ‘Het slimme lichaam’ (Hoe onze zintuigen onze keuzes beïnvloeden); het boek van professor Thalma Lobel waarin de term ‘belichaamde cognitie’ centraal staat. Kortom: het feit dat de geest niet los van de fysieke buitenwereld kan opereren. Of anders gezegd; we denken allemaal dat we heel rationele beslissingen nemen, maar in werkelijkheid nemen we vooral emotionele (en zintuiglijke) beslissingen.

Toegankelijke psychologie
Lobel, die professor psychologie is aan de universiteit van Tel Aviv, verzamelt op een toegankelijke manier de resultaten van verschillende psychologische én wetenschappelijke (!) experimenten. En dat doe ze op een persoonlijke en verwarmende manier. Het geheel dat een droge brok had kunnen worden, wordt doorspekt met persoonlijke anekdotes.

Verrassend?
Ik zou liegen als ik zeg dat het boek tot op de allerlaatste pagina blijft boeien. Daarvoor is het vertelritme doorheen het boek soms te monotoon en kan het na een tijdje onvoldoende verrassen. Toch bundelt het boek veel interessante resultaten van experimenten waar iedereen iets mee kan. In tijden waarin ‘behavioural design’ stilaan matuur wordt, is dit heel interessant leesvoer.

Na dit boek overweeg ik om me opnieuw dagelijks te scheren. Ondanks het feit dat ik daar een hartsgrondige hekel aan heb… (Kleine tip: zie hoofdstuk 2 over ‘tactiel’).

Benieuwd en geen tijd om het boek te lezen? In dit filmpje kom je al veel te weten over de inhoud van het boek.

Hoe Stromae #Stevaert voorspelde.

Steve Stevaert is vandaag overleden. De cafébaas die ontpopte tot een raspoliticus maakte vandaag een einde aan zijn leven met een wanhoopsdaad. Het is nog vroeg voor definitieve conclusies, maar toch wordt zijn zelfmoord sterk gelinkt aan een klacht voor verkrachting. Vanmorgen werd bekend dat Stevaert zich voor de rechter moest verantwoorden in verband met een klacht over verkrachting.

Zonder remmen
Zelf ga ik me niet uitspreken over wat hiervan klopt. Daarvoor heb ik simpelweg onvoldoende zicht op de feiten. Wat me wel opviel, was de stortvloed aan vuiligheid die Stevaert over zich kreeg op twitter en andere social media. Een trend in Vlaanderen die alleen maar sterker lijkt te worden. Daar waar de modale Vlaming als verlegen en introvert wordt afgeschilderd, lijken die drempels voor diezelfde Vlaming op social media helemaal weg te vallen en gaan alle remmen los.

Aandacht
Is het toeval dat ‘ziener’ Stromae gisteren bij zijn nieuwe single een clip lanceerde die een expliciete waarschuwing was voor het nietsontziende monster van social media? In het magnifieke filmpje van de maker van The Triplets of Belleville evolueert het onschuldige blauwe Twittervogeltje naar een machtsbeluste roofvogel die altijd meer wil. Meer aandacht. Meer sensatie. Om zo nog meer volgers en nog meer aandacht te krijgen. Een vicieuze cirkel die een opvallend einde kent.

Volkscafé
Twitter lijkt in Vlaanderen steeds meer een café zonder bier te worden. Waarbij mensen mogen veroordeeld worden nog voor hun schuld bewezen is. Stevaert zal als voormalig cafébaas heel goed geweten hebben wat hij mocht verwachten en mogelijks gekozen hebben voor een exit die hij zelf kon bepalen. Het moge hem goed gaan. Het kwettercafé is intussen aan zelfreflectie toe.

Ps: lichtpuntje in het donker? De golf van verontwaardiging die op datzelfde Twitter ontstond als tegenreactie op alle beschuldigende en grove twitterposts. Laat het de voedingsbodem zijn voor een evaluatie van de netiquette… Alleen zo kunnen de jeugdig onbezonnen social media meer volwassen worden.

1.  Creativity Inc. –  Ed Catmull

Creativity Inc - Ed Catmull“Overcoming the unseen forces that stand in the way of true inspiration”. Dat staat op de cover van het boek van Pixar-CEO Ed Catmull. En dat is ook wat het boek brengt. Met behulp van de verschillende Pixar-helden (denk aan Woody en Buzz Aldrin (Toy Story), Nemo en Ratatouille) vertelt Catmull op een bescheiden en eerder introverte manier over de lessen die hij samen met zijn collega’s geleerd heeft over creativiteit en bij uitbreiding over management. Verwacht geen schreeuwerige Amerikaanse peptalk, maar kwetsbare voorbeelden uit het professionele leven gegrepen. Topboek!

2. De tafel van zeven – Herman KoningsTafel van Zeven - Herman Konings

Misschien niet de meest originele naam in het lijstje. Maar ook dit jaar waren de trends gedetecteerd volgens Herman Konings opnieuw een spannende ontdekking. Met zijn open blik op de wereld hoef je zelfs niet je huis uit te komen om te ontdekken wat er wereldwijd beweegt. Met bijzonder toegankelijke voorbeelden zorgt Herman Konings ervoor dat ook inhoudelijke teksten gemakkelijk verteerbaar blijven.

3. Iedereen baas – Saskia Van UffelenIedereen baas! - Saskia Van Uffelen

Iedereen die regelmatig op mijn blog komt, weet dat ik een fan ben van de no-nonsense stijl van Saskia Van Uffelen. Ook in haar boek ‘Iedereen baas!’ vertelt ze op een overtuigende manier over de verschillen tussen Generatie X, Y, Z en de babyboomers. Maar vooral hoe we die verschillen tot een krachtig voordeel kunnen ombuigen. De quotes in het boek zijn absoluut een meerwaarde. Al had het geheel misschien nog iets meer gebald mogen zijn. Een absolute meerwaarde voor iedereen die medewerkers van verschillende generaties op de werkvloer moet zien te motiveren en enthousiasmeren.

Wat zijn jouw mustreads van 2014? Ik kijk alvast uit naar jouw reactie!

 

Lessen in echt

Leven. Met een hoofdletter L. Dat was waar Luc De Vos voor stond. Aan de éne kant: ongestreken jeans, een prominente buik en een vettig accent. Aan de andere kant: genieten van het leven, scherpe geest en rad van tong.

Ook voor mij was het overlijden van Luc De Vos een schok. Niet dat ik alle cd’s van Gorki (en Gorky) thuis heb staan. Maar de man was een fenomeen. Waarom? Luc De Vos was echt. Om het met de woorden van Stijn Meuris deze ochtend op Studio Brussel te zeggen; “Wat dat écht juist wil zeggen, weet ik niet. Maar Luc was wel écht.” Ik ga hier niet aan verheerlijking van Luc De Vos doen, maar als we één ding mogen leren van het leven van Luc De Vos dan is het wel dat: Leven. Met twee voeten vooruit. Voluit muziek maken. Zonder compromissen. Los van wat de financiële gevolgen mogen zijn.

Niet meer praten, maar echt veranderen
Die les lijkt op het juiste moment te komen. In een tijdperk waar burn-out meer dan een modewoord is. Een tijdje geleden schreef ik een post over de opportuniteiten van de burn-out boom. Daarbij stonden twee dames centraal: Erika Van Tielen en Saskia Van Uffelen. Toevallig (?) kwamen deze week ze allebei opnieuw in het nieuws. Van Uffelen (nu CEO Ericsson) getuigde deze week dat we moeten stoppen met praten over verandering, maar er echt aan beginnen. Niet denken dat de digitale revolutie wel overwaait, maar je loopbaan in eigen handen neemt. En dat is nodig.

Echt is niet vanzelfsprekend
En hoe mooi dat verhaal over je loopbaan in eigen handen nemen wel klinkt, het is geen gemakkelijk verhaal. Beste bewijs ervan is de getuigenis van Erika Van Tielen die een noodkreet slaakt omdat ze nog altijd geen interessante job heeft gevonden. Daarbij vraagt ze zich luidop af op dit het gevolg kan zijn van haar getuigenis over haar burn-out een tijdje geleden. En dat lijkt me geen onterechte kanttekening.

Durven kiezen
De vraag waar ik zelf altijd over loop te dubben; willen we niet te veel? Het perfecte huis, het perfecte gezin, de perfecte job, … Ik ben zeker niet vrij van deze ‘zonde’. En toch kan het misschien met minder. En kan het daardoor allemaal meer diepgang krijgen. Omdat we kiezen voor wat telt en een meerwaarde biedt. En niet kiezen voor wat het beste betaalt. Om zo echte mensen te zijn. Echt. Zoals Luc De Vos.

5 lessen na m’n eerste marathon

Wat ik van mijn eerste marathon geleerd heb (nu ik hem gelopen heb)

Heel lang naar uitgekeken en plots was hij daar: mijn eerste marathon. Wat vooraf ging, was bijzonder boeiend (zie mijn vorige blogpost). Maar de realiteit bleek ook in mijn geval alle vooraf gefantaseerde scenario’s te overtreffen. Vijf lessen die ik geleerd heb na mijn eerste marathon:

1.     Geloof niet in mirakels.

Het feit dat ik uiteindelijk aan de start stond, was al een half mirakel. Blessure aan de kuit tijdens een heel belangrijke periode in mijn trainingsschema, de week ervoor heel wat ziektekiemen rondom mij, … Van een leien dakje is mijn voorbereiding niet echt gelopen. Maar als je dan aan de start staat en de eerste helft van de marathon zonder enige moeite loopt, begin je toch in mirakels te geloven. Maar na 32 km voelde ik plots – zonder ook maar iets geforceerd te hebben- mijn lichaam helemaal leeglopen. Ondanks een geweldig gevoel: er bestaan geen mirakels.

2.     Volg je hart, maar gebruik ook je hoofd.

Als je op dat ogenblik de man met de hamer ontmoet, heb je twee mogelijkheden. Negeren dat hij op bezoek is geweest of quasi onmiddellijk je tempo aanpassen om toch voldoende energie over te houden. Mijn hart wilde nog heel graag de tijd lopen die ik in gedachten had, maar mijn hoofd vertelde me onmiddellijk mijn eigen tempo te zoeken. Gelukkig koos ik de laatste optie. Tijdens de laatste 8 km moest ik nog een aantal keren pauzeren, maar kon ik toch nog een degelijk tempo behouden. Velen zijn me nog voorbij gelopen, maar nog meer lopers stonden stil en ben ik zelf nog voorbij gelopen.

3.     Geniet. Ook van de pijn.

Meer dan 30 km heb ik intens genoten van mijn marathon. Gedreven door het tempo van de groep die ik volgde. Genietend van de massa die aan de kant van de weg aanmoedigde. Een boost krijgen als je vrouw aan het afgesproken punt je iets te drinken toestopt en je enthousiast vooruit schreeuwt. Heel veel zaken staan me nu nog glashelder voor de geest. Uiteindelijk heb je hier zoveel in geïnvesteerd dat het jammer zou zijn om niet te genieten van dé dag.

Maar hoe vreemd het ook moge klinken… Ook van de pijnlijke laatste kilometers heb ik intens genoten. Uiteraard voelde ik pijn in spieren waarvan ik niet eens het bestaan kende. Maar het gevoel dat je ook nog die pijn kan overwinnen is intens. Alleen daarom is een marathon een aanrader voor iedereen die erover zou twijfelen.

4.     Wees je bewust van de wetmatigheden van de groep

In het ritme lopen van een groep, je er onderdeel van voelen en je eigen voetstap horen versmelten met de cadans van de groep, … Het zijn stuk voor stuk beklijvende ervaringen. Maar de groep heeft ook een aantal andere harde wetmatigheden. Toen ik het moeilijk kreeg en moest afhaken bij de groep die ik volgde, was er ook niemand die achterom keek. Niet dat ik dat erg vond. (Ik had het met vroegere afhakers ook niet gedaan…) Maar het geeft maar aan hoe broos het groepsgevoel kan zijn. In groep lopen is ook niet altijd even gemakkelijk. Je moet je eigen ruimte durven opeisen, anders word je onder de voet gelopen en mag je nog wat elleboogstoten en hieltrappen verwachten.

5.     Deel je ervaringen met anderen. (Het maakt je emotioneel rijker).

Ik ben geen flapuit en wildvreemden zomaar aanspreken om ervaringen te delen, zal ik ook niet onmiddellijk doen. Maar na de bevrijdende ervaring van het overschrijden van de finish, heb ik toch verschillende ‘vreemde’ handen geschud, terwijl we zonder enige remming met elkaar ons verhaal deelden.

running

5 lessen van m’n eerste marathon

Zondag 19 oktober, Amsterdam. Daar moet het gebeuren: mijn eerste marathon. De hele voorbereiding voor die eerste marathon is een echte – opgelet cliché in aantocht – rollercoaster van emoties geworden. Vlotte start van de trainingen, tot plots ik van de éne kilometer op de andere niet meer verder kon lopen. Eén voordeel: elke training is vanaf nu een overwinning en er telt nog één zaak: op 19 oktober gezond aan de start verschijnen.

Daarom zet ik graag vijf zaken op een rijtje die ik van mijn eerste marathon geleerd heb (nog voor ik hem gelopen heb):

1.     Tunnelvisie is niet moeilijk. Focus houden wel.

Ik ben een man. Tunnelvisie gericht op één doel is niet moeilijk voor mij. Dacht ik. Want uiteindelijk blijkt de voorbereiding van zo’n training best lang te duren en blijken plots veel andere zaken ook wel heel interessant te zijn, waardoor focus leggen niet altijd even gemakkelijk bleek. Letten op mijn voeding, allerlei uitlaatkleppen (vrienden, televisie, gezin, boeken, …) die het trainingsschema beïnvloeden, … Focus houden is een heel specifieke uitdaging.

2.     Doorzettingsvermogen is zilver. Deconnecteren is goud.

Perfectionisme zit diep in mij. Ik was er dan ook rotsvast van overtuigd dat ik mooi mijn trainingsschema zou volgen. En dat heb ik ook gedaan. Maar af en toe deed ik er toch een klein schepje bovenop. Om mezelf te testen weet je wel… Dat liep allemaal goed. Tot plots na drie maanden zonder enige aankondiging mijn kuit ‘dichtsloeg’ en ik niet meer verder geraakte. Overbelasting (klassieke beginnersfout voor ‘marathon-maagden’ blijkbaar), een cruciale trainingsmaand die verloren ging en vervangen door veel op de tanden bijten bij de kinesist. De positieve kant? Ik leerde aan de lijve de betekenis van ‘no pain, no gain’. Doorzettingsvermogen is belangrijk, maar voldoende rust en jezelf niet over de grens duwen is cruciaal.

3.     Verlies het doel niet uit het oog. Maar geniet intussen van de afgelegde weg.

Meest gestelde vraag die ik de voorbije maanden kreeg: “vind je het niet lastig om zolang alleen te lopen?” Toegegeven, dat was ook één van mijn grootste bedenkingen vooraf. Maar door de geleidelijke opbouw en het telkens verleggen van mijn limieten werd het een plezier om telkens het gevecht tegen mezelf aan te gaan. Soms had ik wel eens een tegenslag, maar ik voelde training na training dat ik steeds sterker werd en gemakkelijker de lange afstanden verteerde. Langzaamaan begon ik echt uit te kijken naar de trainingen. Leuk gevolg: intussen ken ik de omgeving rond mijn thuisbasis als geen ander. Soms liep ik gewoon het huis uit zonder te weten waar naartoe, maar wel genietend van het onderweg zijn. Door de blessure die ik opliep, is ook mijn doelstelling helemaal veranderd. Waar dat eerste een ambitieuze tijd was, is het nu gezond aan de start verschijnen en op een mooi tempo de marathon uitlopen. Maar er vooral met volle teugen van genieten.

4.     Bereid je goed voor. En denk daarbij ook aan je gezondheid.

Ik ben een planner. In de mate van het mogelijke wil ik alles onder controle hebben. En toch is er altijd één belangrijk aspect dat ik uit het oog verlies. Wat dat tijdens mijn voorbereiding was? Wel, mijn medische check-up heb ik deze woensdag gehad. Twee weken voor mijn marathon… Het hoeft niet te verbazen dat de verpleger die de testen deed, wel heel raar keek. Gelukkig bleek alles normaal en kan ik met een gerust en gezond hart de marathon lopen. Maar het had anders kunnen uitdraaien…

5.     De kick van de uitdaging

Mijn eigen grenzen opzoeken. Blijkbaar is dat één van de zaken die me vooruit drijft en kan motiveren. Loop ik binnenkort een marathon enkel en alleen omdat ik dat leuk vind? Natuurlijk niet. Mezelf uitdagen en uiteindelijk ook overwinnen is wat me energie geeft en me aanzet om telkens één stapje verder te gaan. En dat geldt ook voor mijn eerste marathon. Vermoeiend voor mijn omgeving en mezelf. Ik weet het. Maar het zomaar negeren? Dat lukt ook niet. Al denk ik daar na 19 oktober misschien wel anders over…

Link

Big data en real-time communicatie. Het zijn de twee marketing-buzzwords van 2013. Over het tweede gaat het bijzonder toegankelijke ‘in the moment’ van Tom Himpe en Pieter Goiris.

Goiris is de CEO van Boondoggle. Het reclamebureau achter o.a. de campagne voor de Rode Duivels. Maar vooral ook bekend voor hun (digitale) real-time communicatie. De ervaring van Goiris in combinatie met de innoverende inzichten van Tom Himpe (oprichter van het bureau The Upside in Londen) kon alleen maar vuurwerk geven. En dat doet het ook.

Kinderspel
De auteurs zijn er in geslaagd om in minder dan 200 pagina’s een glashelder verhaal te schrijven over hoe je als communicatie- en marketingprofessional op een goede manier ‘in the moment’ kunt communiceren. De knappe opbouw van hun verhaal doet je als lezer dan ook voelen dat deze heren hun metier als geen ander in de vingers hebben. Zo creëren ze bij de start van het boek eerst een kader waarin ze op een toegankelijke manier de elementen van real-time beschrijven, een real-time model opzetten en de kenmerken ervan beschrijven. Als deze structuur voldoende gekaderd is, komen ze met inzichten die bijzonder verfrissend zijn én tegelijkertijd ook heel wat aha-erlebnissen uitlokken.

Content als contact
Eén van de opvallende stellingen is dat elk stukje content in eerste instantie moet zorgen voor  een contact met je doelgroep in plaats van iets aan te kondigen of mee te delen. Vanuit deze invalshoek kaderen ze ook het ‘big data’-verhaal. Hierbij redeneren ze dat big data nieuwe relevante data moet genereren, die op hun beurt moet resulteren in nog meer relevante content. En vervolgens opnieuw. Vanuit deze visie zijn de auteurs dan ook kritisch voor creativiteit die volgens hen (te) lang als heilige graal gefungeerd heeft in de bureauwereld. Want bij real-time communicatie gaat het in de eerste plaats om de verschillende ‘touchpoints’ met de doelgroep en dan pas om de creativiteit as such.

Verwacht het onverwachte
Een andere rode draad in ‘in the moment’ is de omarming van het toeval. “Toevallige gebeurtenissen zijn de beste vriend van een real-time communicator.” Dat heeft ook heel wat impact op de verschillende communicatie-rollen. Zo moeten strategic planners visie op lange termijn hebben, maar nog meer met de flexibiliteit van elke dag om kunnen. (Of zoals het ‘in the moment’ omschreven wordt; “hun ogen op de horizon richten, maar met hun voeten in het heden staan”). Ook de real-time marketing manager is een rol die op de snel veranderende real-time omgeving moet kunnen inspelen. Tools als de newsroom, real-time bidding en samenwerking met preditors (medewerkers die als een echte contentmachine uit de losse pols reageert en altijd publiceert)   moet hij dan ook onder de knie hebben. Maar ook de relatie tussen klant en bureau verandert. Vertrouwen aan beide kanten om op onverwachte omstandigheden en verdere complexiteit van de communicatierollen te kunnen inspelen, is pure noodzaak.

Hoever staat jouw organisatie?
Voor zij die willen weten hoe ver hun organisatie staat op vlak van real-time communicatie, is er in het boek ook nog een kleine (zelf)test. Zeker inzichtvol. Maar als we dan toch even spijkers op laag water mogen zoeken? De opbouw van het boek is ondanks alle voordelen ervan, misschien toch iets te braaf. Een inleiding, (obligate) zelftest, opbouw model en uiteindelijk tips om aan de slag te gaan, maken het geheel nogal voorspelbaar. Maar laat de conclusie duidelijk zijn: als je een inzichtrijke en tegelijkertijd praktische gids zoekt om met real-time communicatie, de opzet van een newsroom en de snel veranderende communicatie-omgeving aan de slag te gaan, is ‘in the moment’ een must-read!

Ps: graag nog een  speciale vermelding voor de illustraties en schema’s in het boek. Waar andere marketingboeken soms stevig uit de bocht kunnen gaan en vervallen in extremen, zorgen de illustraties in ‘in the moment’ altijd voor een inhoudelijke meerwaarde.

De opportuniteiten van de burn-outboom

Je mag voor of tegen zijn, maar de open brief van Erika Van Tielen getuigt van lef. Want in de wereld van de media het fenomeen van burn-out linken aan een gebrek van appreciatie is gedurfd. Het zal niet toevallig zijn dat een jonge dertiger met deze boodschap komt. Als generatiegenoot zie ik in mijn eigen leefwereld dezelfde vragen, dezelfde twijfels en dezelfde frustraties.

De machteloosheid van de baas
Maar het was niet de eerste keer deze maand dat een verrassende stem getuigde over de (te) hoge druk die vele werkende mensen moeten torsen. Een week geleden trok Saskia Van Uffelen (CEO van het informaticabedrijf Bull) aan de alarmbel na overlijden van één van haar werknemers. In haar brief in ‘De Tijd’ klonkt het als volgt. “Elke dag laden wij, CEO’s, de rugzakjes van onze mensen vol. Daar zit vaak al veel in … En wij duwen daar maar opdrachten en doelstellingen bij. Alsmaar meer, onder druk van de concurrentie. Maar op een bepaald moment stopt het. En die grens is nu bereikt.”

Burn-out de kast
Het fenomeen burn-out heeft al een lange weg afgelegd. Pakweg vijf jaar geleden was het woord (en het verschijnsel burn-out) een levensgroot taboe. Werknemers die eraan leden, deden er alles aan om niet zwak over te komen. De laatste jaren kon het eventueel schoorvoetend erkend worden. Maar dat het fenomeen op de eigen werkvloer bestond, was vaak nog een stap te ver. Laat staan dat een CEO en een mediafiguur hun frustratie op een publiek forum zouden uiten.

De slinger terug naar het midden?
En daar begint het positieve nieuws. Voor het eerst komen mensen met een persoonlijk verhaal over de spreekwoordelijke elastiek waar geen rek meer op zit. De rationele onderzoeken over burn-out van de voorbije jaren worden vervangen door emotionele getuigenissen die uit het leven gegrepen zijn. Dat die vaststelling het systeem niet onmiddellijk verandert is duidelijk. Dat stelt ook Erika Van Tielen vast. “Een nieuwe HR-manager, programmadirecteur of eindredacteur stelt hoogstens vast wat de vorige al wist: we zijn niet helemaal goed bezig met ons personeel. Maar ook effectief proberen om iets te veranderen aan de situatie.

De collega’s

En net daar zit de opportuniteit voor veel werkgevers. Als je als bedrijf als potentiële werkgever het verschil wilt maken, is dat niet meer op vlak van geld. Of anders gesteld; de kans is klein dat je daar het verschil kunt maken. Eén van de eersten die met deze visie succes boekte in België was Frank Van Massenhove. Nog voor zijn link met de NMBS, was hij de man die de stugge federale overheidsdienst Sociale Zekerheid omvormde tot een aantrekkelijke en moderne werkgever. Niet door hogere lonen aan te bieden, maar goed te luisteren naar de behoeften van zijn werknemers en daar een antwoord op te bieden. Flexibeler werken, werken vanuit talenten, 360° evaluaties,…


Op maat van de werkgever
Maar dat kan ook op kleinere schaal. Op exact dezelfde dag als de brief van Erika Van Tielen lees ik dat een (kleiner) communicatiebureau enkel nog mensen aanneemt in een vier vijfde werkregime. Een gedurfde keuze waar het bedrijf zelf lang over nagedacht heeft. Maar een keuze die vanuit het standpunt van employer branding het verschil kan maken. De ruimte om je personeel hun werk te laten doen in een ritme dat beter aansluit bij hun levensritme. Als daarnaast ook nog constructieve feedback een gebruikelijk gegeven wordt en geen uitzondering.  Guy Ooms – expert in internal branding – noemt het in zijn blogpost van vandaag ‘de drug die de wereld nodig heeft’. Dan zijn we op de goede weg. Geweldige werkgevers zullen daarmee het verschil maken tegenover goede (of slechte) werkgevers. En dat is maar goed ook.

Wat denk jij? Wat is jouw mening? Laat het me zeker weten!

5 marketinglessen van Justin Bieber

Justing Bieber (copyright: fanpop.com)

Justing Bieber (copyright: fanpop.com)

Door de éne aanbeden en door de andere verguisd. Eén feit staat niet ter discussie: ‘Bieber’ is een sterk merk dat niemand onberoerd laat. Daarom: vijf marketinglessen van de ‘Justin Bieber’.

1. Vertel een verhaal

Elk (sterk) merk heeft een verhaal. Op zijn twee (!) jaar begon Bieber met drummen, kort daarna met gitaar. Later volgden nog piano en trompet. Op zijn twaalfde begon hij met zingen en zette hij filmpjes op YouTube voor familie en vrienden die niet bij zijn optredens konden zijn. Een medewerker van Usher ontdekte deze filmpjes en  liet hem overvliegen. (Bron: Wikipedia) De rest is intussen geschiedenis.

Vertel ook het verhaal aan jouw merk. Hoe is het ontstaan? Waar wil het merk naartoe? Een verhaal zorgt ervoor dat mensen zich gemakkelijker kunnen identificeren met het merk en zich beter herinneren waar het voor staat.

2. Fouten maken je menselijk

Opgepakt worden voor onverantwoord rijgedrag, vrouwelijke fans betasten of mensen bespuwen. Alledrie heeft Bieber ze al op zijn palmares staan. Maar ondanks deze fratsen blijft hij immens populair. En dat is niet toevallig. Die (kleine) tekortkomingen maken het meisjesidool menselijk en in de hoofden van de vele vrouwelijke fans (toch een beetje) bereikbaar.

Als het om merk(persoonlijkheid) gaat, tillen gebruikers niet zwaar aan fouten. Zolang je als merk daar ook transparant over communiceert. Door  die tekortkomingen kunnen de fans zich gemakkelijker identificeren met hun idool. Niks zo vervelend als een idool dat perfect is: dat zet enkel je eigen tekortkomingen meer in de verf…

3. Maak van je fans een sekte

De fans van Bieber noemen zich ‘Beliebers’. Een leuke woordspeling, maar het maakt duidelijk dat je niet zomaar een fan kunt zijn van Bieber. Zijn fans adoreren hem en ‘believen’ blind wat hij zegt. Dat gaat soms ver. In die mate dat een vergelijking met een sekte nog niet eens zo ver gezocht is. Hoe meer tegenstand ze bovendien krijgen, hoe fanatieker ze worden in de verdediging van hun merk.

Zoek de fans van jouw merk en laat ze jouw boodschap verspreiden. Zijn jouw fans bereid om tegen alle kritiek van de buitenwereld jouw merk (blind) te verdedigen?

4. Kwaliteit verkoopt altijd

Ik zei het al in mijn inleiding; je kunt voor of tegen de muziek van Justin Bieber zijn. Maar één feit kan niemand ontkennen: de nummers van Bieber zijn pop volgens de regels van de kunst. Dat daar een leger aan tekstschrijvers en muzikanten achter de productie zit, doet daar geen afbreuk aan.

Om de klassieke 4 P’s van marketing te gebruiken: de kwaliteit van het Product blijft in een marketingmix nog altijd één van de belangrijkste onderdelen. Zit er achter jouw merk kwaliteit? Of probeer je een luchtbel te verkopen? In een tijdperk van transparantie (mede ondersteund door sociale media) zijn luchtbellen geen lang leven beschoren.

5. Looks spelen wel een rol

Zou Bieber evenveel fans hebben als hij er als een lelijke trol had uitgezien? We zullen het nooit zeker weten, maar je kunt er quasi zeker van zijn dat zijn looks een rol gespeeld hebben in zijn doorbraak. Het feit dat die looks nog professioneel onder handen zijn genomen en de sterke punten nog meer beklemtoond, maakt het effect nog groter.

Is jouw merk aantrekkelijk? Gebruik je aantrekkelijke kleuren en beelden? Spreekt jouw logo en huisstijl tot de verbeelding? Want het oog wil ook altijd wat…

Wie Justin Bieber niet zou kennen, vindt hier één van zijn perfecte popsongs

Herkenbaar of helemaal niet? Laat het me zeker weten!
Via de reactieknoppen hieronder of via @Jeroennaudts.